2026 schiet vrijwel zeker door 1,5 graad opwarming na recordwarme oktober
vandaag, 11:46
Afgelopen maand was wereldwijd de warmste oktober ooit gemeten en het is nu vrijwel zeker dat 2026 door de 1,5 graad opwarming gaat. Dat blijkt uit de nieuwste gegevens van het Europese aardobservatieprogramma Copernicus.
Daarmee lijkt het erop dat 2026 het tweede kalenderjaar wordt waarin die symbolisch belangrijke 1,5 graad wordt overschreden. De vorige keer was in 2024. Hoewel het langjarig gemiddelde hiermee nog niet door de 1,5 graad gaat, gaan de Verenigde Naties er inmiddels wel van uit dat dat nu onvermijdelijk is geworden.
De VN pleit ervoor om de overschrijding van de 1,5 graad zo kort mogelijk te maken:
Het was afgelopen maand wereldwijd gemiddeld 15,35 graden Celsius. Dat is 1,75 graad boven het gemiddelde in oktober in de periode 1850-1900. Toen ging de mensheid op grote schaal fossiele brandstoffen verbranden, waarbij veel broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen die de aarde opwarmen.
Hoewel het wereldwijd de warmste oktober ooit gemeten was, was het voor Europa de op één na warmste. Oktober 2022 was hier warmer. In West- en Centraal-Europa waren de temperaturen afgelopen maand bovengemiddeld, maar de echte uitschieters waren in Oost-Europa en Scandinavië.
Warme zee
Opnieuw werden wereldwijd uitzonderlijk hoge zeeoppervlaktemperaturen gemeten, zoals te verwachten valt in een El Niño-jaar. Die temperatuur kwam buiten de poolgebieden gemiddeld uit op 20,95 graden, wat een record is.
"Oktober heeft het patroon van buitengewone mondiale opwarming voortgezet, met recordhoge wereldwijde en zeeoppervlaktemperaturen", zegt Samantha Burgess van het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op Middellange Termijn (ECMWF). "Een uitzonderlijk sterke El Niño warmt een klimaat dat al is opgewarmd door menselijke activiteiten nog verder op."
Op zee was het niet alleen extreem warm in de Stille Oceaan, waar duidelijk de hand van El Niño is te zien. Ook langs de Europese kust van de Atlantische Oceaan en in de westelijke Middellandse Zee was het recordwarm, wat ook bijdroeg aan de hoge temperaturen op land.
Lage rivierstanden
Het Europese aardobservatieprogramma zag afgelopen maand ook uitzonderlijke droogte in Centraal- en Oost-Europa. Copernicus wijst daarbij onder meer op de lage rivierstanden in de Rijn en de Donau.
Andersom hadden het oostelijke deel van het Iberisch schiereiland, het Verenigd Koninkrijk, grote delen van Frankrijk en Duitsland en Griekenland juist te maken met een nattere periode. Onder meer het VK, Spanje, Griekenland en Turkije hadden afgelopen maand zware regenval en zelfs overstromingen.
Hoezo 1,5 graad?
Een groep eilanden in de Stille Oceaan lanceerde in 2009 op de klimaattop in Kopenhagen het doel om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad Celsius te houden. Een sterke zeespiegelstijging is een bedreiging voor het voortbestaan voor deze laaggelegen landen en ze wilden daarom meer actie tegen klimaatverandering.
De top in Kopenhagen werd een mislukking, maar zes jaar later spraken bijna alle landen in Parijs toch af de opwarming ruim onder de 2 graden Celsius en liever onder de 1,5 graad te houden. Ook toen klonken twijfels over de haalbaarheid. De top in Parijs vroeg om een onderzoek naar het verschil in gevolgen tussen 1,5 en 2 graden opwarming.
Drie jaar later publiceerde klimaatpanel IPCC de uitkomst. Hieruit bleek dat er flinke verschillen zijn. Zo blijft bij 1,5 graad opwarming bijvoorbeeld een deel van de koraalriffen behouden, terwijl ze bij meer opwarming vrijwel geheel verdwijnen. Ook beperkt een stijging onder de 1,5 graad de zeespiegelstijging en de kans op extreme hitte die ook gevaarlijk voor mensen kan zijn.