Na eerdere vrijspraak 11 jaar celstraf voor man die vriendin doodde in 2016

vandaag, 17:56

Een 48-jarige man uit Harderwijk is in hoger beroep veroordeeld tot elf jaar celstraf voor het doden van zijn vriendin in 2016. De rechtbank sprak de man eerder vrij wegens gebrek aan bewijs.

Volgens het hof kan het niet anders dat Robert L. zijn levenspartner heeft gedood. Hij heeft ondanks "zeer belastende omstandigheden" belangrijke vragen onbeantwoord gelaten, aldus het hof.

De vrouw werd begin 2016 als vermist opgegeven door L.. Ze zou hun woning in Amsterdam-West in de nacht van 7 op 8 januari 2016 in dronken toestand hebben verlaten na een ruzie. Op 29 maart van dat jaar vond een wandelaar haar lichaam in het Zandenbos bij Nunspeet. Na onderzoek werd duidelijk dat ze door wurging om het leven was gekomen. Haar vriend werd al snel aangemerkt als verdachte.

Het huis uit

De vrouw wilde Robert L. het huis uitzetten. Hun relatie was daarom heel slecht, maar de man heeft nooit precies verteld waar hij was op de dag van haar verdwijning. Het hof gaat ervan uit dat hij in die uren van Amsterdam naar Nunspeet is gereden. Hij was goed bekend met de plek waar haar lichaam werd gevonden. Het hof spreekt van "een plek die voor anderen niet makkelijk vindbaar is". Hij heeft altijd ontkend dat hij zijn vriendin iets heeft aangedaan en gezwegen tijdens het proces.

Volgens het hof is het L. die de 51-jarige vrouw voor het laatst levend heeft gezien. L. woonde enkele weken na de vermissing van zijn vriendin samen met een andere vrouw in de woning.

Het hof rekent het L. zwaar aan dat hij de vrouw "op zeer grove wijze" heeft omgebracht, haar als vermist heeft opgegeven en geen vragen heeft willen beantwoorden over wat er is gebeurd, schrijft Omroep Gelderland. Zo heeft hij niets verteld over waar de ruzie die ze zouden hebben gehad over ging.

Vorig jaar werd L. in de rechtbank in Amsterdam vrijgesproken nadat justitie veertien jaar cel had geƫist. De rechter oordeelde toen dat er wel aanwijzingen waren die wezen naar Robert L., maar dat hard bewijs ontbrak. Het OM ging in hoger beroep.