Bescheiden begroting toont de beperkingen van de Britse regering

vandaag, 13:27

De regering van Andy Burnham lanceerde vandaag zijn eerste begroting met de gebruikelijke rituelen. Minister Healey van Financiën presenteerde zijn befaamde rode koffertje met de begrotingsstukken in Downing Street, een traditie die teruggaat tot 1860, gevolgd door een Lagerhuisdebat. Het was een begroting met een duidelijke linkse inslag, maar wat vooral opviel was de terughoudendheid in de plannen van de Labour-regering.

Het minimumloon gaat verder omhoog. Twintig miljoen huishoudens krijgen deze winter een subsidie van 120 euro om energierekeningen te kunnen betalen. De regering schaft de vaste leveringskosten voor gasgebruik af. Een korting op de brandstofaccijnzen wordt verlengd tot de zomer van 2027. Er komen belastingverhogingen voor de banksector en gokindustrie. De begroting stond daarmee nadrukkelijk in het teken van de "cost of living crisis".

"Dit is dan ook een begroting voor de werkende Britten", zei Healey in het begrotingsdebat. Maar al met al waren het bescheiden uitgaven die gepaard gingen met bescheiden belastingverhogingen.

Contrast

De voorzichtige begroting vormt een scherp contrast met de ambitieuze toespraak van premier Burnham op het jaarlijkse partijcongres van Labour in september. De premier beloofde een kostbaar systeem voor ouderenzorg op te zetten, een dossier waar opeenvolgende regeringen zich al jarenlang op stuklopen.

Even controversieel was de belofte om de staatspensioenen te versoberen. Burnham wil het Britse districtenstelsel op de schop nemen door een meer evenredig kiesstelsel in te voeren. Ook zette hij de deur open voor een terugkeer van het Verenigd Koninkrijk naar de Europese Unie.

Die speech veroorzaakte grote politieke deining door de torenhoge ambities. Maar het kwam wel met een belangrijk voorbehoud: Burnham wil deze plannen pas invoeren na de volgende Lagerhuisverkiezingen, die waarschijnlijk pas in 2029 plaatsvinden. Dat wierp meteen de vraag op wat zijn regering de komende drie jaar gaat doen. De begroting van vandaag was een eerste, voorzichtig antwoord op die vraag, maar het geeft meteen de beperkingen aan van de Britse regering.

Casinobegroting

Sinds de wilde begrotingsplannen van de Conservatieve premier Liz Truss loopt het Verenigd Koninkrijk aan de leiband van de obligatiemarkten. In 2022 presenteerde Truss haar beruchte "mini-budget". Het was een casinobegroting vol fikse belastingverlagingen, maar waarin Truss niet duidelijk maakte hoe ze deze maatregelen zou financieren. De reactie van de obligatiemarkten was onverbiddelijk: de rente op de Britse staatsleningen steeg in rap tempo.

De onrust op de financiële markten was zo groot dat Truss snel gedwongen was grote delen van haar ambitieuze plannen te schrappen. Voor haar was het al te laat, haar premierschap was na 49 dagen alweer voorbij. Maar de effecten daarvan ijlen nog steeds na. De rente op Britse staatsleningen is sindsdien onveranderd hoog gebleven.

Het vertrouwen in de Britse economie had zo'n knauw opgelopen dat de opeenvolgende regeringen van Rishi Sunak, Keir Starmer en Andy Burnham te maken kregen met een kapitaalmarkt die met grote scepsis naar hun begrotingsplannen keek. Al te grote uitgaven of ambitieuze plannen dreigden snel afgestraft te worden op de financiële markten.

Beperkte beweegruimte

Nog altijd beperkt dit de financiële beweegruimte van de Britse overheid. Van de G7-landen betalen de Britten de hoogste rente op tienjaarlijkse staatsleningen. De Britse regering geeft jaarlijks nu meer geld uit aan renteaflossingen dan aan onderwijs of defensie. Healey presenteerde het dan ook nadrukkelijk als een "do not harm"-begroting om de obligatiemarkten gerust te stellen. "We doen dit met grote verantwoordelijkheid, we houden vast aan strenge fiscale regels."

Het verklaart waarom de regering vandaag geen drastische koerswendingen of dure plannen presenteerde. Deze voorzichtige aanpak laat een aantal cruciale vragen onbeantwoord. Net als alle andere NAVO-landen heeft het Verenigd Koninkrijk zich gecommitteerd aan een fikse verhoging van de defensie-uitgaven, maar het is nog steeds onduidelijk hoe de Britten die gaan financieren. Die beslissing is nu tot volgend jaar uitgesteld.

De kritiek van de oppositie, van links tot rechts, was dan ook eensluidend: het ontbreekt deze regering aan ambitie. "Healey moet deze begroting benutten om taaie beslissingen te nemen, maar in plaats daarvan schuift hij de problemen voor zich uit", zegt Andrew Griffith van de Conservatieve Partij.

De Labour-regering laat zich echter niet van de wijs brengen door de kritiek. De voorzichtige aanpak is een doelbewuste keuze met een belofte van radicale hervormingen in een later stadium. Healey: "We creëren nu wat ademruimte met hoop voor de toekomst."