Voor het eerst onderzoek naar kindermarteling: 'De signalering wordt sowieso beter'
vandaag, 16:50
Voor het eerst gaat in kaart worden gebracht op welke manier kindermarteling in Nederland voorkomt. Meer kennis is nodig naar kindermartelingen en dus komt er een onderzoek, laat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vandaag weten.
De afgelopen jaren zijn er minstens twaalf gevallen van kindermartelingen geweest, blijkt uit onderzoek van de NOS. Het gaat om de ernstigste vorm van kindermishandeling. Kinderen worden opgesloten, gewurgd, krijgen geen eten en moeten soms zelfs hun eigen urine drinken.
Hoewel in het buitenland onderzoek wordt gedaan naar kindermartelingen is dat in Nederland helemaal niet het geval. Er is dus bijna geen zicht op in wat voor gezinnen het voorkomt en hoe het aan te pakken is, zeggen experts.
Om dat te veranderen, laat het ministerie het onderzoek uitvoeren. In overleg met experts wordt bepaald hoe dat vorm krijgt.
Eind van het jaar begint voor de vierde keer een groot onderzoek naar situaties van kindermishandeling bij Veilig Thuis, mogelijk dat het daarin wordt meegenomen. Het onderzoek kan ook los daarvan worden uitgevoerd.
"Meer onderzoek gaat sowieso onze signalering verbeteren", reageert de directeur van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, Danny Tenić. "We zitten pas in het begin van het aanpakken van deze meest vergaande vorm van kindermishandeling en meer kennis gaat het verder brengen."
Samenwerking
"Tegelijkertijd is het niet de enige manier om meer focus te krijgen op deze heftige situaties", vervolgt Tenić. "Het is ook heel belangrijk dat we goed samenwerken met alle organisaties."
Uit de analyse van de vonnissen van kindermarteling bleek dat in drie situaties de jeugdbescherming toezicht moest houden over een kind. In drie andere situaties waren er een of meerdere meldingen binnengekomen bij Veilig Thuis, maar ging de mishandeling toch door.
"Vaak is het zo dat signalen versnipperd binnenkomen", zegt directeur Tenić van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis. "Er zijn landelijke afspraken gemaakt, dat heet de Route strafbare kindermishandeling, waarbij organisaties beter samenwerken als er sprake is van vergaande kindermishandeling. Het gaat dan om organisaties in de jeugdzorg, de politie en het Openbaar Ministerie."
"Maar we zien dat het regionaal nog niet altijd goed wordt opgevolgd. Het is nu nog te vanzelfsprekend om niet verder te kijken dan de grenzen van je eigen organisatie. Dat moet veranderen."
Rol van de school
Bij bijna alle gevonden situaties waarbij een kind naar school ging, waren daar signalen van mishandeling bekend. Bijvoorbeeld bij een meisje uit Stadskanaal, een zaak waarvan morgen de eerste zitting is. Zij kwam met verwondingen naar school en viel tijdens de les in slaap.
In een andere zaak vertelde een leraar dat een 7-jarig meisje boterhammen stal van andere leerlingen, omdat ze te weinig eten kreeg.
"Bel ons", roept Tenić op tegen leraren die vragen hebben over mogelijke mishandeling. "We zien dat het begrip 'melding maken' afschrikt. Het klinkt heel definitief. Maar je kan bij twijfel ook bij ons advies inwinnen, ook anoniem."