Door wachtlijsten in de jeugdbescherming hebben 200 kinderen geen voogd

vandaag, 09:13

Ruim 200 kinderen in Nederland die een vaste voogd zouden moeten hebben, hebben die niet. Dat blijkt uit cijfers die journalistiek onderzoeksplatform Investico en dagblad Trouw hebben opgevraagd bij de organisaties voor jeugdbescherming.

Het gaat om kinderen die thuis niet veilig kunnen opgroeien en waarbij het gezag van de ouders door de rechter is afgenomen. Ze wonen bij pleegouders of in een ander pleeghuis, en hebben dan een voogd nodig die de veiligheid van het kind in de gaten houdt en belangrijke beslissingen neemt.

Door personeelstekort bij de jeugdbescherming zijn er nu te weinig vaste medewerkers die de rol van voogd kunnen vervullen. "Dit kan absoluut niet", zegt Mariƫlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden in Trouw. "Er moet altijd iemand zijn die zicht houdt op het kind."

Schoolkeuze, medische zaken

Dat zegt ook Joost Huijer, universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, tegen Trouw: "Iemand moet een handtekening zetten als het gaat om medische zaken, schoolkeuze, de inzet van jeugdhulp, paspoorten. Nu moet een andere medewerker van de jeugdbescherming dat doen, zonder uitgebreide dossierkennis en waarschijnlijk zonder het kind goed te kennen."

De ernstige mishandeling van een pleegmeisje in Vlaardingen, twee jaar geleden, laat zien hoe belangrijk deze taak is, vindt Bruning. Het meisje had steeds wisselende voogden en tijdens de rechtszaak tegen haar pleegouders bleek dat jeugdbeschermers lange tijd niet een-op-een met het meisje hadden gesproken.

Extra kwetsbaar

In Nederland zijn er veertien jeugdbeschermingsorganisaties die samen verantwoordelijk zijn voor de voogdij over zo'n 7500 kinderen, schrijven Trouw en Investico. Een uithuisplaatsing is in principe tijdelijk, maar als duidelijk wordt dat een kind niet meer terug kan, beslist de rechter om het gezag van de ouders te beƫindigen.

Soms wordt de voogdij toegewezen aan een bekende of aan pleegouders die het kind al kent, maar meestal neemt een jeugdbeschermingsorganisatie de voogdij op zich. Een medewerker wordt dan de vaste voogd, die het kind moet volgen in het pleeggezin of de instelling waar het woont.

De bedoeling is dat een voogd veel contact heeft met het kind. "Kinderen in een instelling of pleeggezin zijn extra kwetsbaar. Dus het is heel belangrijk dat er een voogd is die een-op-een met een kind spreekt", zegt hoogleraar Bruning.

Op wachtlijsten

Jeugdbescherming Noord zegt in de krant dat de organisatie kampt met hoog personeelsverloop, ziekteverzuim en 'bestuurlijke instabiliteit'. Vanwege het tekort aan jeugdbeschermers kan de organisatie naar eigen zeggen niet anders dan kinderen op een wachtlijst zetten.