Eén Duitser op een geallieerd ereveld: 'De vijandigheid van toen is er niet meer'

vandaag, 13:45

Wanneer zo'n 500 mensen vandaag de doden herdenken op begraafplaats Westduin in Den Haag, lopen zij voor het eerst ook langs de grafsteen van een gesneuvelde Duitse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog.

Gerhard Muthwill heeft sinds afgelopen najaar zijn eigen steen op het plaatselijke ereveld van het Gemenebest van Naties. De matroos van de Kriegsmarine stierf in juni 1940 op 22-jarige leeftijd, toen zijn torpedoboot in de Noordzee op een mijn voer.

Tot zover bekend is hij de enige Duitser in Nederland die begraven is op een geallieerd ereveld. Dat hij daar al sinds de oorlog rust, komt door een vergissing van een politieman destijds in Scheveningen, waar Muthwill maanden na zijn dood op het strand aanspoelde.

'Known unto God'

De agent zag zijn stoffelijk overschot, door ontbinding inmiddels onthoofd, aan voor dat van een Engelse vlieger. Daardoor belandde Muthwill uiteindelijk in 1942 in een anoniem graf op Westduin. "Known unto God", stond gebeiteld in zijn grafsteen.

Pas enkele jaren geleden kwam de fout aan het licht, dankzij het speurwerk van Ronald Vrolijk van de Studiegroep Historisch Ockenburg, in Haagse en Duitse archieven. Na de ontdekking pleitte Vrolijk, samen met andere betrokkenen, voor onmiddellijke overbrenging van Muthwills resten naar de Duitse begraafplaats in het Limburgse Ysselsteyn. De Partij voor de Dieren stelde er vorig jaar vragen over in de Haagse gemeenteraad.

Grafrust wordt gerespecteerd

Een dergelijke overplaatsing bleek echter niet bespreekbaar voor de Commonwealth War Graves Commission, verantwoordelijk voor het Haagse ereveld. "Ons uitgangspunt is dat we de grafrust van militairen te allen tijde respecteren", zegt Jeroen van Veen van de organisatie. Niet alleen die van Muthwill zelf, maar ook van de Britse militairen naast hem. "Exhumatie (het opgraven van een stoffelijk overschot, red.) is een allerlaatste oplossing."

En dus werd er in overleg met de Duitse collega's van de Volksbond Duitse Oorlogsgravenzorg (VDK) voor gekozen om Muthwill in Den Haag zijn eigen permanente rustplaats te geven. Hij kreeg een nieuwe grafsteen, tussen die van de Britse soldaten William Napier Gray en Thomas Henry Blundell. Bij de steen van Muthwill leggen scouts vandaag bloemen in zwart en oranje, in plaats van het gebruikelijke rood en wit.

Monument voor verzetsgroep

"Een nette oplossing", vindt Dirk Jan Jonker, voorzitter van de Stichting Eregraf Stijkelgroep. Deze stichting houdt de herinnering in leven aan de gelijknamige verzetsgroep, die tijdens de oorlog werd verraden en waarvan 43 van de 47 leden door de Duitsers werden omgebracht. De herdenkingsstoet op Westduin staat ieder jaar op 4 mei eerst stil bij het monument voor deze groep, en daarna bij de geallieerde graven op het andere deel van de begraafplaats.

Jonker zegt niet namens alle nabestaanden van de Stijkelgroep te kunnen spreken. Maar hij heeft de indruk dat er anno 2026 weinig weerstand meer is tegen het betrekken van een Duitser bij de herdenking, het gevolg van "een fout die destijds met de beste intenties is gemaakt". "Als het gaat om herdenken, is er inmiddels natuurlijk sowieso niet meer de vijandigheid ten opzichte van de Duitsers die je 70 of 80 jaar geleden wel zag."

Daarbij speelt mee dat Muthwill voor zover bekend geen SS'er of andere overtuigde nazi was, maar "een jonge vent die waarschijnlijk ook maar naar het front is gestuurd", aldus Jonker.

Duitse ambassadeur is welkom

Wat Charles Brussee betreft, de organisator van de herdenking, zou daarom ook de Duitse ambassadeur vandaag van harte welkom zijn op Westduin. Een woordvoerder van de ambassade laat weten dat die dat "een eer zou vinden".

Dit jaar is dat echter niet mogelijk, omdat ambassadeur Meyer-Landrut al had toegezegd aanwezig te zijn bij de herdenking in Nationaal Monument Kamp Vught. "Wij waarderen het iedere keer zeer als wij de gelegenheid krijgen om samen met Nederlanders stil te staan bij de gruwelen van de oorlog", benadrukt de Duitse ambassade.