Nog steeds onduidelijkheid over zzp-handhaving, een jaar na grote onrust

gisteren, 11:19

Begin vorig jaar heerste er veel onrust en onduidelijkheid bij zzp'ers en hun opdrachtgevers. Vanaf 1 januari 2025 werd de handhaving op schijnzelfstandigen (zzp'ers die in feite werknemer zijn) opgeschroefd, maar het was voor velen niet duidelijk wie zo'n schijnzelfstandige was en wie een 'echte' zzp'er. Een jaar later kampt een deel van de zzp'ers en opdrachtgevers nog met diezelfde onduidelijkheid.

"Er is eigenlijk geen verschil met vorig jaar", zegt universitair docent arbeidsrecht Niels van der Neut. "Je merkt dat een deel van de opdrachtgevers niet zo goed weet waar ze op moeten letten, of het niet eens is met de beoordeling." Bij die beoordeling of iemand zzp'er of schijnzelfstandige is, wordt per individu naar van alles gekeken, van gezagsverhouding tot werkplek. "Het is niet genoeg om een zzp'er niet uit te nodigen voor de kerstborrel."

Er gaat ook veel misinformatie rond over het onderwerp. Een hardnekkig gerucht is bijvoorbeeld dat er helemaal niet meer met zzp'ers gewerkt mag worden, of dat er een maximumtarief is. "Het is een beetje zoals in de kleuterklas", zegt Connie Maathuis van Vereniging Zelfstandigen Nederland. "Dat de juf iets in het oor van een leerling fluistert en het aan het eind van de kring een heel ander verhaal is geworden."

Zachte landing

2025 was een overgangsjaar: de Belastingdienst ging actiever handhaven, maar legde nog geen boetes op. Wel konden er hoge naheffingen volgen, bestaande uit loonheffingen en premies die werkgevers hadden moeten betalen als de schijnzelfstandige in dienst was geweest. Zo deelde de AFNL, de belangenbehartiger van aannemers, dat er bij meerdere bedrijven al naheffingen waren opgelegd, variërend van 1 tot 10 miljoen euro.

Om te proberen het risico daarop te verminderen, schoven sommige opdrachtgevers, bijvoorbeeld in de bouw, een tussenpartij tussen henzelf en zzp'ers. "Met name de grote opdrachtgevers met veel geld kunnen zich indekken", zegt Joris Knoben, hoogleraar ondernemerschap aan Tilburg University. "Eigenlijk zou je het niet moeten willen. Het is een laag in je industrie die er alleen maar zit vanwege onzekerheid."

Deze maand ging de minister deels akkoord met de wens van de Tweede Kamer om de 'zachte landing' van afgelopen jaar te verlengen. Ook in 2026 moet je het heel bont maken om een boete te krijgen. Kamerleden vonden dat er nog altijd te veel onduidelijkheid en onrust was, waardoor opdrachtgevers preventief afzagen van samenwerken met zzp'ers.

Even wennen

"Het is weinig bemoedigend dat we een jaar verder zijn en dat die duidelijkheid in regelgeving er nog steeds niet is", zegt Maathuis. Dat sentiment wordt ook in de zorg gedeeld, de sector die eind vorig jaar vreesde voor gaten in de roosters. "De verlenging versterkt alleen maar de onduidelijkheid", zegt een woordvoerder van ouderenzorgbranche Actiz. "Geef nou gewoon helderheid." Vanuit de markt zegt de Belastingdienst te horen dat er juist behoefte is aan zichtbare handhaving.

De ministeries van Financiën en Sociale Zaken hebben het afgelopen jaar ingezet op het geven van duidelijkheid over de huidige regelgeving door bijvoorbeeld langs te gaan bij bedrijven en gesprekken te voeren met brancheorganisaties.

"We komen uit een situatie waarin alles oké leek, omdat er niet werd gehandhaafd", vertelt een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken. "Maar eigenlijk kon het al die tijd al niet. Dat is even wennen."

Hoge werkdruk

Veel bedrijven en organisaties bogen zich afgelopen jaar over hun zzp-relaties om deze opnieuw te beoordelen. "Veel organisaties hebben er wel beter naar gekeken, maar er kan een verschil zijn in hoe diegene het weegt en hoe de Belastingdienst of rechter dat doet", zegt Van der Neut.

In de zorg en het onderwijs willen opdrachtgevers vaak sowieso liever mensen in loondienst hebben vanwege de continuïteit. "Ze zien het als een positieve, weliswaar afgedwongen, keuze", zegt Knoben. In de kinderopvang lukte het bijvoorbeeld vrij goed om zzp-loos het jaar door te komen door mensen in dienst te nemen; in de zorg waren er ook zzp'ers die niet in dienst wilden komen vanwege het gebrek aan flexibiliteit en de hoge werkdruk.

85.000 van de ongeveer 1,2 miljoen zzp'ers waren in het derde kwartaal van 2025 gestopt in vergelijking met het jaar ervoor, blijkt uit cijfers van het CBS. De daling die eind 2024 was ingezet, stabiliseerde vrij snel. Vooral zzp'ers werkzaam in de sector zorg en welzijn en in technische beroepen stopten.

Er liggen momenteel twee wetsvoorstellen die verduidelijking moeten bieden aan de huidige zzp-wet, maar welke er komt en of ze door de Tweede Kamer komen is niet zeker. Het gaat om de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), die duidelijker moet vastleggen wanneer iemand werkt als zelfstandige of als werknemer, en de Zelfstandigenwet, het later ingebrachte alternatief van onder meer VVD en D66.