Inlichtingendienst hield 65 jaar geleden Surinamers in Nederland in de gaten
vandaag, 20:07
De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorloper van de AIVD, hield in de periode van 1959 tot 1962 Surinamers die in Nederland woonden in de gaten. Het gaat voornamelijk om politiek betrokken personen die zich uitspraken tegen racisme en kolonialisme en om schrijvers.
Dat blijkt uit documenten die vandaag, op Openbaarheidsdag, in het Nationaal Archief in Den Haag zijn vrijgegeven voor het publiek. Verschillende stukken uit de periode in aanloop naar de onafhankelijkheid in 1975 zijn openbaar geworden, omdat de wettelijke termijn van vijftig jaar is verstreken.
In het dossier Surinaams extremisme in Nederland is de naam te vinden van onder anderen oud-politicus Eddy Bruma. Hij was een van de oprichters van de Surinaamse vereniging Wie Eegie Sanie en later de Partij Nationalistische Republiek in Suriname. Hij werd in 1973 minister van Economische Zaken.
Fel anti-westerse artikelen
Ook oud-president Ronald Venetiaan, die onlangs overleed, komt in het rapport voor. Hij was betrokken bij een Surinaamse studentenvereniging in Leiden. En met name Hugo Olijfvelt, oprichter van het Surinaams-Amsterdamse blad Sranang Krioro, werd scherp in de gaten gehouden.
Volgens de BVD publiceerde het blad "fel anti-westerse artikelen". Er is ook informatie over Otto Huiswoud te vinden, de toenmalige voorzitter van de oudste Surinaamse vereniging in Nederland, die nog steeds bestaat.
Informatie uit gesprekken op besloten bijeenkomsten van verschillende Surinaamse organisaties in Nederland werd door bronnen met de inlichtingendienst gedeeld en gedocumenteerd. Het dossier werd op 10 oktober 1975, ruim een maand voor de onafhankelijkheid van Suriname, overhandigd aan het ministerie van Binnenlandse Zaken in Nederland.
Onderhandelingsgesprekken onafhankelijkheid
Ook gesprekken die werden gevoerd ten tijde van de onderhandelingen in 1975 zijn in te zien. Daarbij waren onder anderen premier Den Uyl, minister Pronk, premier Arron van Suriname en andere Surinaamse ministers betrokken, onder wie Bruma.
In de verslagen van de gesprekken, die plaatsvonden in het Catshuis in Den Haag en in Paramaribo, is te lezen hoe de beide landen botsten over de financieel-economische relatie na de onafhankelijkheid, met name over de ontwikkelingssamenwerking.
In het dossier is een tekst opgenomen van Corly Verlooghen, dichter en schrijver, bekend onder de naam Rudy Bedacht. Hij schreef in 1960 over het tot op heden controversiƫle standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Die was in de zeventiende eeuw gouverneur-generaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en verantwoordelijk voor de dood van bijna 15.000 inwoners van de Molukse Banda-eilanden, in het streven naar een monopolie op nootmuskaat. Volgens Bedacht was Coen "het prototype van de geslaagde koloniaal en hogepriester van het kolonialisme".
Koloniale uitbuiting
In juli 1975 spande een groep inheemse Surinamers, die zich 'de Indiaanse Raad' noemde, een rechtszaak aan tegen Den Uyl en koningin Juliana wegens koloniale uitbuiting. Zij eisten een schadevergoeding.
Uiteindelijk werd de eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat die niet bevoegd zou zijn geweest om de vereniging te vertegenwoordigen. Ook als de eiser die bevoegdheid wel zou hebben gehad, zou de vordering volgens de kantonrechter in Paramaribo niet zijn geslaagd, omdat deze "niet is te volgen".
In correspondentie over de dagvaarding tussen Den Uyl en de minister voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken schrijft Den Uyl dat hij het ermee eens is om de zaak "verstek te laten gaan. Het lijkt mij dat de eisers een volkenrechtelijk doel langs civielrechtelijke weg willen realiseren".